DIY Leemoven

 

ovenklaar.jpg

In mijn kinderjaren woonde de zus van mijn opa nog in het huis van mijn overgrootouders en daar stond een écht ouderwets “bakhuis” in de tuin. Regelmatig bakte ze hele grote vaste broden in die oven, die ze uitdeelde aan de familie. Die broden hadden een heerlijke, aparte smaak die absoluut niet vergelijkbaar is met het huidige brood uit de winkel. Niet voor alle dagen, maar super voor af en toe! Spijtig genoeg is ze intussen overleden, het huis met oven verkocht en afgebroken en kunnen we ons de broden alleen nog vaag herinneren…

Het is de houtgestookte leemoven die de speciale smaak geeft aan het brood en omdat wij geen deftig functionerende elektrische oven hebben, is het bouwen van een leemoventje een project dat al enige tijd op mijn planning staat. Het past natuurlijk ook binnen mijn drang naar zelfvoorziening, omdat je niet afhankelijk bent van elektriciteit. Voorts is een dergelijke oven ecologisch verantwoord. Ik heb al enkele pogingen mislukte gedaan om  geschikte leem te vinden en ben niet zo’n klusheld, maar dit keer gaat het er echt van komen! Mensen met kleigrond in de tuin kunnen de klei rechtstreeks opgraven, maar dat is bij ons geen optie. Na rondvraag op de Velt-facebookpagina vond ik afgelopen week éindelijk de juiste leemsoort bij Ecomat in Genk. Ik kocht meteen ook bouwstenen bij Gamma, want nu is het mooi weer, heb ik meer tijd dan ik ooit nog ga hebben, de juiste onderdelen en kan ik nog enkel een gebrek aan bouwkennis als excuus gebruiken.

Ik moet een plekje in het gras uitgraven voor de “fundering” van mijn constructie, bestaande uit 9 betontegels van 30×30 cm. Als we al een terras hadden was dit natuurlijk niet nodig geweest, maar helaas. De tegels komen aangrenzend aan de plek waar ooit ons terras zal komen en moeten waterpas vastgezet worden in een betonnen deklaag.  Laat het volgens de instructies van de betonzak uitharden voordat je erop loopt en verder werkt, om geen verzakkingen te veroorzaken. De uitsparingen tussen de tegels kan je voegen met dezelfde beton.

snelbetonvloer.jpg

vloer-oven.jpg

Daarna moeten er 3 evenwijdige muurtjes van grote betonnen bouwstenen gemetseld worden, om de oven te verhogen. Zo kan je pizza’s in de oven schuiven zonder je teveel te moeten bukken en heb je meteen ook een “kastje” om wat stookhout in te voorzien.

mortel.jpg

onderstel-2.jpg

Op de muurtjes komt vervolgens een “tafelblad” van 4 tegels blauwsteen van 40×40 cm. Op het tafelblad komt de lemen constructie waarin gebakken zal worden. Leem lijdt onder veel regen en daarom is het beter om ook een dak te voorzien. Tenzij je het niet erg vindt om de oven jaarlijks te herstellen.

onderstelgevuld-oven.jpg

Teken twee cirkels op het tafelblad, om aan te duiden waar de opstaande wanden van de oven gaan komen. Maak de binnenste cirkel zo groot mogelijk en schrijf de diameter op. Het verschil tussen de binnenste en buitenste cirkel moet 7 tot 10 cm zijn. Dit wordt de dikte van de lemen wanden. Ze moeten dik genoeg zijn om warmte vast te kunnen houden. Ik gebruik een zwarte alcoholstift aan een touwtje en hou het touw in het midden van het tafelblad vast om de cirkels te tekenen. Schrijf de diameter van de kleinste cirkel op, zodat je nadien kan berekenen hoe hoog de oven moet worden. Mijn kleinste cirkel is 52 cm diameter.

uittekenen_cirkelsoven.jpg

Nu kunnen we starten met de leem. Eerst moet er een dunne laag van ongeveer 2 cm dikte op de kleinste cirkel. Dit wordt de bodem van de oven waarop de broden etc. gebakken zullen worden. Ik kocht hiervoor okerkleurige leemstuc zonder stro in poedervorm.

 

 

 

Voor mijn oven heb ik in totaal 4 zakken van 25 kg nodig. Het poeder moet gemengd worden met water. Dit gaat het beste wanneer je 1 zak overgiet in een emmer, er vervolgens kleine scheutjes water aan toevoegt en met de hand mengt. De juiste structuur van het leem is die van licht vochtig zand. Korrelig, maar als je een handvol tot een bol probeert te vormen blijft het aan elkaar plakken. Je voegt beter wat te weinig dan teveel water toe, want te droog is makkelijker op te lossen dan te nat.

leem-emmer.jpg

vloerovenleem.jpg

Bedek de bodem met nat krantenpapier, zodat het zand wat je erop gaat bouwen niet blijft plakken aan het leem. De bedoeling is om een zandkoepel te bouwen die de wanden van de oven gaat ondersteunen en gaat voorkomen dat de oven inzakt tijdens het drogen. Het zand wordt weer verwijderd wanneer de leem droog is. Ik gebruik nat speelzand en rijnzand en heb 4 zakken van 25 kg nodig. De hoogte van de zandkoepel zou

 

cm hoger moeten zijn dan de diameter van de ovenbodem.

oven-zand-cirkel.jpg

Bedek de zandkoepel met natte kranten, zodat het zand niet gaat plakken aan de leemwanden. Bouw de wanden met leem rond de zandkoepel. Maak de wanden zo breed als de op het tafelblad getekende buitenste cirkel. Probeer tijdens het bouwen een volgende laag zoveel mogelijk vast te zetten op de leemlaag daaronder, eerder dan het op de zandkoepel aan te duwen. Je kan de oven volledig rondomrond dicht bouwen met leem en er nadien een gat uitsnijden. Ik vind dat verspilling, dus maak al meteen een uitsparing, die ik nadien nog kan bijwerken.

leem-halfweg.jpg

leem-klaar.jpg

Na een week of twee opdrogen, is de buitenkant mooi hard. De binnenkant is dan nog wat vochtig, maar dit is natuurlijk afhankelijk van het weer. Het is heeft veel geregend, met droog warm weer is de oven sneller opgedroogd. Door het drogen kunnen er barstjes ontstaan in het leemoppervlak. Werk die bij door ze op te vullen met wat extra leem. Ook de opening heb ik bijgewerkt, die moet breed genoeg zijn en niet te hoog zodat er zo min mogelijk warmte kan ontsnappen. Ik heb nog wat zand moeten gebruiken om het nieuwe leem te ondersteunen. Zonder het zand bleef het nieuwe stuk er telkens af vallen.

scheurenopgevuld.jpg

openingopgevuld.jpg

Laat opnieuw een weekje drogen. Verwijder vervolgens het steunzand en de kranten die aan de wanden plakken. Ik heb voornamelijk speelzand gebruikt voor de leemkoepel te ondersteunen. Dit zand kan nu in mijn dochter haar zandbak.

ovenuithollen.jpg

zandbak.jpg

De oven is bij mij nog wat vochtig aan de binnenkant. Je kan dit verder aan de lucht laten opdrogen of ervoor kiezen om hem voorzichtig op te stoken met een klein vuurtje van aanmaakhout.

vuurkestook.jpg

Werk de binnenkant eventueel wat bij indien de ovenvloer niet 100% aansluit op de wanden. Teken de deur over op een houten paneel en zaag dit uit met een figuurzaag. Zorg ervoor dat de deur vochtig gemaakt wordt alvorens hem te gebruiken, zodat hij niet zwart schroeit.

deurtekenen.jpg

ovendeur.jpg

Mijn vuur gaat telkens uit wanneer ik de oven probeer op te stoken. Frustrerend! Dit staat niet in de werkplanning die ik heb gevolgd, maar ik heb duidelijk een schouw nodig! Maak een rond gat ter grootte van de schoorsteen aan de achterkant van de oven en monteer de schoorsteen erin. Nu zal het beter branden!

Je kan eventueel nog een dak bouwen over de oven, want wanneer het regent spoelt de bovenkant een beetje weg. Dat doe ik voorlopig niet.

Succes!

 

 

De moestuin in Mei

bieslook-mei.jpg

Mei is een belangrijke maand voor de tuinier zonder serre. Na de IJsheiligen (half mei) is de kans op nachtvorst nog erg klein. Daarom kunnen de  warmteminnende gewassen zoals tomaten, paprika’s, pepers, meloenen, etc. in principe vanaf halfweg mei naar buiten. Sommigen houden al deze planten nog wat langer binnen, totdat de grond voldoende is opgewarmd. Ik kijk vooral naar het weerbericht en wanneer er nachttemperaturen van 10°c worden voorspeld, vind ik het tijd om te planten. In mei is het dus erg druk op moestuingebied. De laatste hand leggen aan de bedden waar de voorzaaisels gaan komen, de vele plantjes inplanten en nog hier en daar wat bijzaaien in volle grond. Eindelijk is die vensterbank weer leeg!

vlinder-mei.jpg

Wat doe ik in Mei?

  • voorgezaaide plantjes van paarse bloemkool, paarse koolrabi, savooi kool, tomaten, pepers, paprika’s, aubergines, komkommer, pompoenen, courgettes, watermeloen en cavaillon buiten uitplanten
  • voorzaaien van sojabonen, linzen, kikkererwten, klim- en stambonen
  • ter plekke zaaien: klimmende sperziebonen, borlotti bonen, grote witte bonen, kleine witte bonen, kousenband, romeinse- ijsberg- en kropsla, witloofwortels, pastinaak, basilicum, komijn, venkel, bieten, paksoi, boerenkool, schorseneren, lupinen, stokrozen, afrikaantjes
  • overplanten uit voorzaaibed in volle grond naar de definitieve plek: broccoli, spitskool
  • zoete aardappel poten
  • plantjes kopen van groene selder en inplanten
  • oogsten: pluksla, spinazie, peterselie, bieslook, rabarber, meiraapjes, radijzen, peultjes, kamille, munt, kropsla, honingbes
  • plastieken tomatenserre installeren

moestuinoverzicht-mei.jpg

moestuin-mei-2.jpg

moestuin-mei-overzicht3.jpg

uitplanten-1.jpg

uitplanten2.jpg

uitplanten3.jpg

zaden-mei.jpg

eerstepompoenbloem-14mei.jpg

eerstebloem-15mei.jpg

oogst-meiraap.jpg

oogst-mei-slakamillemeiraap.jpg

meioogstpeultjes.jpg

meirabarber.jpg

 

 

 

 

Rabarberconfituur

gelei.jpg

Om de overvloed aan rabarber uit de tuin te verwerken, maak ik vandaag rabarberconfituur. Hiervoor pluk je best de meest rode stelen, die geven het lekkerste resultaat. Trek de stelen traag uit de grond, zodat ze aan de basis afscheuren in plaats van ze af te snijden met een mesje. Zo voorkom je dat de plant gaat rotten. Verwijder de bruine kantjes aan de voet, snij het blad eraf en was het zand van de stelen.

rabarber.jpg

Ik volg het recept van Piet Huysentruyt uit het TV-programma SOS Piet, dat kan niet slecht zijn. Ik leer dat rabarber die vers uit de tuin (of winkel) komt, erg veel sap bevat wanneer je er confituur van wilt maken. Daarom moet er aardig wat gelei-suiker in om een stroperig resultaat te krijgen. Ik ben geen fan van strooien met suiker, maar nu is het blijkbaar noodzakelijk.

Ingrediënten:

  • 1000 gram rabarberstelen
  • 1000 gram gelei-suiker

blokjesgeleisuikerpakje.jpg

Ik schil mijn rabarberstelen niet. Snij ze in kleine blokjes en doe ze samen met de suiker in een kookpot.

suikerrabarberkookpot.jpg

Laat 10 minuten goed doorkoken, zodat de suiker karameliseert en er wat vocht kan verdampen. Let op dat de kokende confituur niet op je spat! (Oh jawel, ik had prijs!)

confituurkoken.jpg

Steriliseer de confituurpotjes ondertussen in een ruime kookpot kokend water. Gebruik een weck-tang om ze in en uit de pot te hijsen.  Laat ze afkoelen op een propere keukenhanddoek.

steriliserenconfituurpotten.jpg

Vergeet je confituur niet uit het oog en roer regelmatig zodat het niet aanbrandt.

Doop een ijzeren lepel in de confituur, wanneer je denkt dat hij klaar is. Laat even afkoelen en trek er met je vinger een streep door. Wanneer de streep even breed blijft en de randjes van de confituur niet terug naar elkaar toe “kruipen”, heeft je confituur de juiste consistentie en kan hij afgevuld worden.

trechter.jpg

Zet de confituurpotjes en dekseltjes klaar op een propere keukenhanddoek. Gebruik een confituurtrechter om de potjes af te vullen.

confituurafvullen.jpg

Zorg ervoor dat de potjes zo vol mogelijk zitten, zonder over de rand te komen of die te bevuilen. Indien dit wel gebeurt, moet je de rand proper vegen, want anders trekken de potjes niet vacuüm. Draai het schroefdeksel er meteen op en zet de pot omgekeerd op de handdoek, rustend op zijn deksel om af te koelen. Laat ze een nachtje afkoelen.

vacuumtrekken.jpg

Controleer of de dekseltjes ingetrokken zijn door het vacuüm. Indien dit niet het geval is, is het vacuüm trekken mislukt en gebruik je die pot meteen als eerste.

De confituur smaakt zuurzoet en is lekker op geroosterd wit brood of op een pannenkoek. Smakelijk!

Meiraapjes uit de tuin met tagliatelle

meiraapjes-tagliatelle.jpg

oogst-meiraap.jpg

De eerste meiraapjes zijn klaar om te oogsten. Dat wordt een feestje! Ik trek de grootste witte knolletjes met een mooi paars kraagje uit de grond en weeg ze na het proper maken natuurlijk zorgvuldig. 570 gram voor één volwassen en een babyportie. Oei toch een beetje veel, maar ze kunnen ook gerust de vriezer in. Als ze dat halen tenminste 😉

Ingrediënten

  • 500 gram meiraapjes
  • 150 gram tagliatelle
  • 2 laurierblaadjes
  • boeketje platte perterselie
  • 1 groentenbouillon blokje
  • klontje boter
  • bloem
  • 1,5 dl melk
  • zwarte peper
  • zout naar smaak

raapjes-pot-laurier.jpg

Snij het loof van de meiraapjes af, dat kan op de composthoop. Was de raapjes grondig en verwijder de wortels. Schillen is niet nodig. Snij ze in blokjes van ongeveer 1 centimeter groot. Kook de blokjes gaar in water met de laurierblaadjes. Giet het kookvocht af en verwijder de laurierblaadjes.

tagliatelle-koken.jpg

Kook intussen ook de tagliatelle in een ruime kookpot met water, volgens de instructies op de verpakking. Ik voeg geen zout toe aan het kookwater.

saus.jpg

Maak in een derde kookpot een roux met gelijke delen boter en bloem. Start met de boter  te laten smelten op het vuur. Voeg vervolgens de bloem toe en roer goed met een garde. Laat het mengsel nog even op het vuur staan, totdat het naar koekjes ruikt. Voeg dan melk toe, al roerend, zodat er geen klonters ontstaan. Voeg de in stukjes gehakte platte peterselie toe en laat even meekoken. Draai een keertje of 6 aan de pepermolen boven de saus. Schep er een lepel of twee voor de Rapley-baby’s uit en voeg vervolgens het groentenbouillonblokje toe. Verkruimel het boven de saus en roer goed zodat het volledig is opgelost.

peterselie.jpg

Bordje volscheppen met tagliatelle, saus en raapjes. Werk af met nog wat peterselie. Smakelijk!

raapjes-smakelijk.jpg

 

 

Dodelijke nachtvorst in april

Maartse buien en aprilse grillen. Het cliché klopt dit jaar toch half. De buien bleven uit, de grillen waren er des te meer. Eerst is er prachtig warm weer in maart, waardoor de warmteminnende planten beginnen uitlopen. Vervolgens komt april eraan, met nachtvorst, hagel en regen. Je kan het al raden… Die arme plantjes bevriezen! Moestuinfora staan vol foto’s van bevroren zaailingen en vaste planten. Zo zonde.

Ondanks het nauwlettend opvolgen van het dagelijkse weerbericht, heb ik dit jaar ook aanzienlijke vorstschade. Nieuwe planten zijn extra gevoelig voor vorst en net die plantjes zijn bij mij (gedeeltelijk) gesneuveld. Twee druivelaars en een kiwistruik hebben forse klappen gehad. Het is twijfelachtig of ze het zullen overleven. Ik geef de moed nog niet op, wacht enkele weken af en knip dan de volledig verdorde bladeren weg. Ook mijn kiwibes die hier al een paar jaar staat en winterhard zou moeten zijn, is minstens gehalveerd door de vorst. Mijn vijgenboom die ik in maart heb verplant naar volle grond, nadat hij al twee jaar binnen stond, ziet er ook niet gelukkig uit. Alle bladeren zijn afgevallen. Verder kan ik alleen maar hopen dat de appel- en kersenbloesems niet vernield zijn, want dit kan je aan de bloemen nog niet zien. Pas wanneer er fruit gevormd wordt, zal de schade duidelijk worden. En tot slot zijn al mijn aardbeienbloesems bevroren. Ik heb al zeker 50 aardbeien mislopen. Of de bloem bevroren is geweest, kan je zien aan het bloemhart. Dit hoort geel te zijn, maar als er een bruinzwarte punt in zit is, is hij bevroren geweest en kan je hem beter afknippen. Zo stimuleer je de plant om sneller nieuwe bloemen aan te maken, als het een doordragende soort is tenminste. Wanneer je geen doordragers hebt, ben je er dit moestuinjaar aan voor de moeite.

Wat kan je doen om vorstschade te voorkomen? 

  1. Hou in het achterhoofd dat nieuwe planten gevoeliger zijn voor vorst. 
  2. Kweek warmteminnende éénjarigen tot aan de ijsheiligen in potjes in plaats van in volle grond. 
  3. Volg het weerbericht in maart en april op de voet. Er wordt steeds een voorspelling gedaan voor de temperatuur van de komende nacht. 
  4. Schiet in actie indien er een temperatuur 2-3°C of lager voorspeld wordt voor de komende nacht. 
  5. Dek alle risico-planten die in volle grond staan ’s avonds af met een oud tafellaken / laken / grote badhanddoek. Vliesdoek is ook een optie. 
  6. Haal vorstgevoelige potplanten naar binnen in huis. Ook een onverwarmde serre is niet veilig.  
  7. Vernevel ’s avonds wat water met een plantenspuit op alle bloeiende fruitbloesems. Zo ontstaat er een ijslaagje rond de bloem, maar blijft de bloesem zelf gespaard. 
  8. Vergeet de volgende ochtend de doeken niet te verwijderen, anders kunnen je planten alsnog sneuvelen door gebrek aan licht.

Vanaf de ijsheiligen (15 mei) is het volgens de oude volkswijsheid veilig om vorstgevoelige plantjes uit te planten in volle grond, omdat er vanaf dan geen nachtvorst meer zou zijn. In de praktijk kan er echter wel degelijk nog nachtvorst optreden tot in juni. Zoek daarom op 15 mei de weersvoorspellingen voor de komende 14 dagen op, alvorens alles enthousiast uit te planten. Want het zou wel heel zuur zijn om de plantjes die we al maanden met de beste zorgen vertroetelen, op de valreep nog te verliezen.

druif-vorstschadeleeftnog.jpg

vorstschadekiwibes23april.jpg

aardbeienbevroren.jpg

kiwi-vorst.jpg

Radio 2 tuindag in Bokrijk

 

bokrijk-sfeer1.jpg

We kijken al weken uit naar de Radio 2 tuindag in Bokrijk op 1 mei. Op de grasvelden en de wandelpaden rond het openluchtmuseum en het arboretum van Bokrijk stallen meer dan 200 standhouders hun bloemen, kruiden, groentenplanten en fruitboompjes uit. Een walhalla voor moestuiniers. Je betaalt geen inkom, enkel 7 euro parking, maar wij wonen heel dicht bij Bokrijk en weten dat dus de reguliere parkeerplaatsen te omzeilen 😉

De standjes staan er van 8u00 tot 18u00, maar wanneer wij arriveren rond 10u hebben de vroege vogels al van alles weggekaapt en zijn sommige erg gewilde items reeds uitverkocht. Trek een hele dag uit voor dit event, want je blijft er uren rondwandelen. Eens thuis ben je doodop en dan besef je dat je al die planten ook nog moet inplanten… Fuck! 😀

Voorzie een kar op wieltjes om je plantgoed in rond te rijden tijdens het shoppen en neem genoeg geld mee, of voor degenen die zich niet kunnen beheersen, nét niet ;-). Wij gaan op stap met de draagzak voor de baby en de luiertas. Voor het koopwaar hebben we  de buggy en een stevige herbruikbare winkelzak bij. Onze chihuahua gaat ook mee en heeft het de hele dag druk met andere honden te begroeten.

radiotweetuindagbuit.jpg

Mijn buit van dit jaar is uiteraard groter dan voorzien, vooral de tomaten. Vooraf maakte ik een overzicht van de tomatensoorten die ik nog graag zou willen, om de variëteiten ter plaatse gemakkelijker te kunnen kiezen, want ik merkte op de plantenruildag van Velt dat uitsluitend kiezen op basis van uitleg en een naam heel moeilijk is. Echter, ik heb weer teveel de streefteef uitgehangen, want de meeste kwekers hadden bij elke plant een fotootje staan van hoe de tomaat eruit ziet. Héél handig en vooral…. verleidelijk! Ik koop natuurlijk enkele soorten die niét op mijn oorspronkelijke lijstje staan, omdat ze er zo leuk uitzien. Soorten die ik op voorhand al wou zijn een oranje kerstomaat (cherrytomaat oranje), een zwartrode kerstomaat (black cherry kerstomaat), een groene middentomaat (green copia) en een witte vleestomaat (white wonder). Ik laat me bijkomend verleiden door een gele kerstomaat (yellow pygmee), een rozige kerstomaat (dwarf artic rose) en een rood-groen gestreepte tomaat (violet jasper) en krijg na wat gepingel zelfs een geel-groene kerstomaat (green grape) gratis.

Familie van de tomaat, maar er verder weinig op gelijkend is de boomtomaat. Ik laat me verleiden door de rijkelijk klinkende naam en zoek thuis meer informatie op. Ah afknapper, dit is eigenlijk een tamarillo-plant en die vruchten lust ik niet! Maar met een beetje geluk verpruts ik hem wel. 😉 En anders zal ik wel liefhebbers vinden om de vruchten aan uit te delen.

Enkele medicinale planten die nog op mijn verlanglijstje staan zijn echinacea en passiflora incarnata, allebei: check! Passiflora oftewel passiebloem is een klimmer met prachtige bloemen en heeft een vergelijkbaar effect met valeriaan op het zenuwstelsel, maar dan zonder de verslavende eigenschappen. Rode zonnehoed oftewel echinacea, is eveneens een medicinale plant met mooie roze bloemblaadjes en tegelijk ook een bijenlokker. Er zijn verschillende variëteiten te koop bij meerdere kramen, met sterk prijsverschil. Ik neus even rond en koop twee potjes met verschillende plantjes waar de prijs-kwaliteit volgens mij wel oké zit.

Nog een kruidje waar mijn oog op valt en waar de bijen dol op zijn, is de bergamotplant. Dit is een aromatische vaste plant, waarvan de bladeren gebruikt worden in thee. Ik had er al ééntje, maar het heeft de winter niet overleefd dus mag vervangen worden. Deze plant is ook weer in allerlei kleuren verkrijgbaar. Ik ga voor roze, girly all the way!

Russische smeerwortel heeft mijn enthousiasme weten te winnen sinds de plantenruildag. Na enig opzoekwerk blijkt dit een superplant te zijn, dus ik koop er nog eentje onder het motto: ééntje is geentje.

Vorig jaar kocht ik een heel klein pecannoten-boompje (lees: pietluttig takje) op de Radio 2 tuindag en heb hem verkeerd geplaatst. Te weinig licht, teveel concurrentie van lelietjes-van-dalen, klimop en de omstaande bomen. Resultaat: kapoet! Ik had toch graag pecannoten in de tuin, want die zijn zo duur in de winkel… Gelukkig stonden diezelfde kwekers er dit jaar weer en kon ik een veel grotere pecannotelaar kopen. Poging twee.

Een hebbedingetje lijkt mij de oerkomkommer. Het fotootje spreekt vooral mijn man aan. Een stoere grootstekelige gele augurk, zo ziet het eruit. Ik vind dat je elk jaar een paar nieuwe dingen moet proberen. Dit is nét zoiets, een specialleke. Hebbes! In het kader van diezelfde filosofie valt mijn oog op enkele knolplantjes. Yacon kreeg ik al gratis bij de lente-opruiming in het plantencentrum hier in de buurt, maar die knolletjes bleken onbruikbaar. Ze zijn overwinterd in zompig natte potgrond in plaats van opgegraven te worden en droog en vorstvrij bewaard te zijn. De knolletjes waren zo rot als moes. Jammer! Ik koop vandaag een plantje, want ik had er me toch zo op verheugd.

Een ander knolletje wat mijn aandacht trekt is de oca. De marktkramer, een enthousiaste hippieverschijning, geeft graag informatie over al de speciallekes die hij verkoopt en nodigt ons alvast uit voor een andere tuindag half mei. Hij heeft een zestal variëteiten zoete aardappel en een viertal variëteiten van de oca te koop. Topkraam dus. Drie barbie-roze oca-knolletjes (variëteit ‘bubblegum’) lonken naar mij en ik ben te nieuwsgierig naar hoe het zal groeien en smaken om te weigeren.

We passeren uiteraard ook langs het retrobusje van de Madammen van Radio 2 voor de freebie zaadjes van bijenbloemen. Wat ik leuk vind, is dat er op het pakje vermeld wordt welke zaden erin zitten. Vaak heb je daar het raden naar bij zadenmixen en begin dan maar eens onkruid te verwijderen tussen de zaailingen. De hel! Ik heb vorige week ook al een zakje zadenmix ontvangen in het kader van een soortgelijke actie van Groen!, maar de bijtjes hebben het moeilijk. Dus hoe meer van dergelijke initiatieven hoe beter. Ik maak graag nog wat extra plaats vrij voor deze bloemen om de zoemende diertjes te vertroetelen, want fruit en groenten kweken zonder bijen is zéér moeilijk.

Tussendoor steken we een frietje met een dikke kwak saus, op lange picknicktafels in open lucht. De frietjes warmen ons opnieuw een beetje op, want de zon heeft vandaag zijn kat gestuurd en ik ben blij dat ik mijn winterjas heb aangedaan. Voor de baby hebben we uiteraard een Rapley-verantwoord alternatief meegebracht.

Als laatste stoppen we aan een cactussenkraam om “levende stenen” te halen voor mijn zusje, die vandaag niet mee kon. Daarna drinken we nog een Fanta-ke, herschikken onze buit in de zakken en beginnen aan de wandeling naar de auto. We zijn uitgeteld, maar voldaan. Tot volgend jaar!

radio2tuindag-sfeer2.jpg

 

 

Oesterzwammenexperiment – deel 2

startsituatieoesterzwam.jpg

Zes maanden geleden entte ik berkenstammen met oesterzwampluggen. Hoe ik dat deed kan je hier lezen in deel 1. De zwammen hebben tijd nodig om de berkenstammen inwendig volledig te doorgroeien en dat doen ze onder een laag vochtig stro en gaatjesplastiek. Nu hebben ze lang genoeg gerust, tijd om ze uit te pakken!

hooiberg-deel2.jpg

berkenbloot-strokruiwagen.jpg

Doe het plastiek eraf en haal het stro weg. De bovenste laag droge stro is nog bruikbaar om de bodem rond de aardbeien te bedekken. Het onderste stro, dat de stammen raakt is nat en beschimmeld. Dit kan niet bij de aardbeien, dus kieper ik het op de composthoop.

aardbeienkaal.jpg

aardbeienvolstro.jpg

De stammen moeten, na het uitpakken, rechtop gezet worden op een schaduwrijk plekje. Ik kies voor dezelfde plek waar ze 6 maanden hebben gerust. Ze staan hier ’s middags en namiddag in de schaduw van een hazelnotenboom. Graaf een ondiepe put, zet de stam met de dikste kant erin en vul het plantgat op met aarde. Ik zet de stammen ongeveer 5 tot 10 cm diep, zodat ze voldoende stabiel vast zitten.

gat-stam.jpg

stamingrond.jpg

En nu maar weer ongeduldig wachten op de eerste oesterzwammen! Hoe lang dat duurt, is mij nog een groot vraagteken. De oesterzwammen die ik heb gebruikt zijn de wintervariant, dus het is goed mogelijk dat de zwammen mijn geduld nog tot in het najaar op de proef stellen. To be continued, hopelijk 😉

stammen-klaar.jpg

 

 

 

Paardenbloemensiroop

paardenbloemsiroop-klaar.jpg

Ingrediënten voor 250 ml siroop:

  • 300 open bloemhoofdjes van de paardenbloem
  • 300 gram suiker
  • 1 liter water
  • 1 biocitroen

paardenbloemen.jpg

Dit recept is gebaseerd op een recept van Find your Nature, mits kleine aanpassingen. Doe 1 liter water samen met de bloemhoofdjes en de in stukken gesneden biologische citroen in een kookpot en breng aan de kook. Laat 1 tot 2 minuutjes zachtjes koken en haal van het vuur. Zet een deksel op de pot en laat 24 uur rusten. Zeef het mengsel in een fijne zeef of vergiet met neteldoek in en vang het sap op. Druk het sap uit de achtergebleven bloemhoofden door met een pollepel in de zeef te duwen of wring de neteldoek uit.

paardenbloemen-uitlekken.jpg

Breng het sap aan de kook met het suiker en laat 15 minuten zachtjes doorkoken.

paardenbloemensiroop-koken.jpg

Vul gesteriliseerde potjes met een conservendop tot aan de rand af met de siroop en laat ondersteboven afkoelen, zodat het potje vacuüm trekt. De siroop is ongeopend enkele maanden houdbaar in de frigo. Eens geopend, gebruik je hem best meteen op. Voeg een flinke scheut siroop toe aan bruiswater om je eigen paardenbloemenlimonade te maken.

Héérlijk!

 

Velt plantenruildag

buit-plantenruildag.jpg

Enkele weken geleden hoor ik voor het eerst over enkele initiatieven voor ruildagen georganiseerd voor en door mensen met een hobby(moes)tuin. Dat lijkt me wel iets! Ik kies de meest interessant klinkende ruildag uit om er een kijkje te gaan nemen: die van vandaag in het Heempark in Genk georganiseerd door Velt Genk.

Het concept is simpel. Je brengt je kweekoverschotten mee om te ruilen met andere plantenliefhebbers. Iedereen zaait net iets meer plantjes dan het aantal waar ze uiteindelijk plaats voor hebben, simpelweg omdat je moet incalculeren dat niet elk zaadje uit komt. Natuurlijk zijn dat gokpraktijken en kan het goed zijn dat wél alles (of meer dan je verwacht) kiemt. Daarnaast maken veel planten spontaan scheuten of ben je uitgekeken op een bepaalde plant in je tuin. Dat kan allemaal geruild worden. Je geeft je plantjes of zaadjes dus gratis weg en krijgt daar andere plantjes of zaden voor in de plaats (niet noodzakelijk van dezelfde persoon).

Ik heb van een paar gewassen alle overschot van sommige oudere zaden in potjes gestopt, omdat oud zaad veel minder kiemt. Ja niet dus! Zo ongeveer elk spaghetti pompoen zaadje is een plant geworden en ik heb ook veel teveel San Marzano tomaten. Ik besluit 4 pompoenen, 4 San Marzano tomaten en 1 Pink Brandywine tomaat alvast mee te nemen. Daarnaast heb ik wel erg veel kaasjeskruid gezaaid, dus ook daarvan gaan er 2 mee. Dan ga ik kijken in mijn tuin. Ik steek wat woekerende scheuten van mijn Marokkaanse munt uit, die op ongewenste plekken groeien. Er is nog een aardbeienplantje uitgekomen tussen mijn sla en ik wil af van de lelietjes van Dalen in mijn fruitborder, dus ook die gaan mee. Er wordt niks gezegd over zaden ruilen, maar ik heb nog een zakje sierkalebassen liggen dat ik vorig jaar als extraatje kreeg bij een bestelling van Vreeken’s zaden. Ik ben niet voor sierplanten, maar iemand anders misschien wel dus dat wordt ook ingeladen.

Bij aankomst is het al gezellig druk, we zijn aan de late kant. Een 15-tal mensen hebben op het grasveldje rond het Heemhuis een klein kraampje opgesteld met hun planten, knolletjes, pas gekiemde zaailingen en zakjes met zaden. Er zijn allerlei soorten planten verkrijgbaar zoals éénjarige moestuingewassen (vb.: sla en pepers), keuken- en medicinale kruiden, sierbloemen, kleinfruit, notenbomen en waterplanten. Tomaten en paprika’s waren er vandaag het meeste te krijgen en in allerlei soorten. We installeren ons op een grote langwerpige houten uitstalbox, waar nog een metertje lege ruimte is. Meteen komen de buren kijken wat we in huis hebben en kan ik al enkele plantjes uitdelen. Er wordt beleefd gevraagd of men een plantje mag meenemen. Uiteraard! Ze nodigen ons meteen uit om ook iets te komen kiezen in hun kraampje.

We bekijken alle kraampjes en wegen zorgvuldig af wat we écht kunnen gebruiken. Ik wil graag wat nieuwe tomatenrassen en daarvoor ben ik op de juiste plek. Ik heb een plantje van ronde rode kerstomaten en cherrytomaten yellow pear gekregen. Dat zijn lekkere klassiekers waar ik hopelijk deze zomer zaad van kan oogsten, zodat ik ze kan blijven kweken. Ik had gehoopt om een plantje van de ananastomaat en een variëteit van de petieterig kleine besjestomaten te kunnen vinden. Helaas, niemand heeft ananastomaat bij. Ik ben wel dolgelukkig wanneer ik een besjestomaat petit moineau krijg. Ik vind ook nog een leuke langwerpige rood-zwarte tomaat variëteit black truffle. Wat ik ter plekke interessant vind en heb meegenomen zijn Roomse kervel (de doorlevende versie van de éénjarige die ik al in de kruidentuin heb) en Russische smeerwortel (niet woekerende variant van de smeerwortel, een medicinaal kruid, mulchplant en bijenlokker). Tegen het einde van de ruilbeurs willen de meeste “standhouders” van alles wat ze meegebracht hebben af, dus laat je je toch nog verleiden om meer mee te nemen dan waar je voor kwam. Daarom probeer ik dit jaar dus nog eens ananaskers oftewel physalis en krijg ik nog een zakje pastinaakzaad van eigen oogst uit 2016 want ik heb zaad van 2015 gezaaid en dat zal waarschijnlijk niet opkomen wegens te oud.

Conclusie: dit is een échte aanrader. Zowel op vlak van het in stand houden van de diversiteit aan rassen naar de toekomst toe, als het delen van de moestuinmicrobe. Er heerst een gemoedelijke sfeer en niemand is opdringerig, hebberig of onbeleefd. Iedereen vertelt enthousiast over de plantjes die hij bij heeft en het is leuk om de anders vrij solitaire hobby van het moestuinieren op die manier te kunnen delen met gelijkgestemden. Ik ga volgend jaar zéker opnieuw.

Netelgier maken

netelgier-gebotteld.jpg

De lente is het ideale seizoen om te starten met het maken van netelgier. Brandnetels bevatten veel stikstof en mineralen en zijn daarom uiterst geschikt om te laten gisten tot vloeibare meststof voor in de fruit- of moestuin. Ook van smeerwortel wordt vaak gier gemaakt, die veel kalium bevat.

Pluk een emmer vol brandnetels op een gifvrije plek, zowel de blaadjes als de stelen kan je gebruiken. (Pluk nooit éénzelfde plaats volledig kaal, zodat die vindplaats niet uitgeput geraakt). De jonge exemplaren bevatten het meeste mineralen, maar die gebruik ik liever voor in de soep. De oudere zijn net zo bruikbaar, tenzij ze al zaad gevormd hebben. Zaad vermijd je best, want op die manier zaai je brandnetels overal waar je je gier giet. Niet echt de bedoeling denk ik ;-).

netels-netelgier.jpg

De juiste verhouding om netelgier te maken is om elke kilo brandnetels op 10 liter water te zetten. Hiervoor kan je een gewone emmer gebruiken. Tijdens het gisten zet je de emmer best een eindje van het huis en van dat van de buren, want het gaat stinken. Er gaat best een deksel op, om te vermijden dat er insecten of vuil in gaat zitten. Er moet wel nog voldoende verluchting zijn. Ik heb een plantenpot omgekeerd op de emmer gezet.

netelsmetwater.jpg

Op een warme plaats verloopt het gistingsproces sneller dan op een koude plaats. Er zullen na ongeveer 3 dagen belletjes verschijnen op het water. Dit is een teken dat het gistingsproces bezig is. Roer tweemaal daags in de emmer. Wanneer de belletjes verdwenen zijn is de gier “rijp”. Dit is na ongeveer 10 dagen, afhankelijk van het weer.

netelgier-gisten.jpg

netelgier-gisten.jpg

Nu is het mengsel klaar om te zeven. De netels kunnen op de composthoop en het vocht (de gier) kan je bewaren in afgesloten plastic flessen, die je op een donkere plek zet.

bottelenbenodigdheden.jpg

overgieten.jpg

Om de netelgier te gebruiken in de tuin, moet je hem verdunnen. De verhouding is 1 op 10, dus 1 liter gier op 10 liter water. Maak hem liever te slap dan te sterk.

Giet verdunde netelgier aan de voet van je planten of verstuif het op de bladeren, om je planten sterker en resistenter tegen ziektes te maken. De stikstof in netelgier wordt bijzonder op prijs gesteld door alle groenten in de categorie bladgewassen en koolgewassen, maar ook door rabarber, fruitbomen, tomaten, komkommer, selder en prei. Gebruik hem beter niet op planten die horen tot de peulgewassen (zij zorgen zelf voor hun stikstofvoorziening) of op ajuinen.

Tip: Een geurloos alternatief voor netelgier, is mulchen met brandnetelbladeren. Dit wil zeggen dat je de blaadjes van brandnetels af knipt en op de grond rond je planten legt. Regenwormen vormen de netels om tot een traagwerkende meststof voor je groenten.